Voor taalleraren

Voor Levende Talen Magazine (mei 2013) schreef niemand minder dan Erik Kwakernaak een recensie van Taaltoerisme. Hij vond er dit van:

PRETTIG TAALGESTOORD

Vroeger dacht ik in mijn naïviteit dat taalgekken per definitie goede taalgebruikers zouden zijn, die sprekend en schrijvend alleen zorgvuldig geformuleerde en stilistische vaardige teksten zouden produceren. Maar nee. Heel wat taalkundigen schrijven onleesbare teksten. Vaak lijkt het erop dat ze die zo ontoegankelijk mogelijk willen maken voor beginners of andere buitenstaanders, bijvoorbeeld door een irritant en overvloedig gebruik van afkortingen zonder een opzoeklijstje bij te voegen.

Daarom is er schreeuwend behoefte aan andere taalgekken die wel weten hoe je lezers bij het onderwerp betrekt en bij de taalles houdt. Een paar taalkundigen werken daaraan. Andere goede voorbeelden worden gegeven door taaljournalisten, die erop uit zijn een breder publiek te interesseren en informeren. Gaston Dorren is er een van. Taalkundige Jenny Audring doet ook een paar duiten in het zakje. In een aanstekelijke stijl gidsen zij in Taaltoerisme de lezers langs alle – nou ja, de meeste – talen van Europa. Het boek bestaat uit 53 hoofdstukjes met de lengte  en meestal ook de stijl van columns, die desgewenst in elke willekeurige volgorde gelezen kunnen worden.

Hoe werd Dorren taalgek? Hij verraadt terloops dat zijn vader leraar Frans was. Maar dat overkomt ook anderen, die er niets ergs aan overhouden. In het hoofdstuk ‘Gratis een taal erbij’ licht hij een tipje van de sluier op. Hij verhaalt daar hoe hij tweetalig opgroeide met Limburgs en Nederlands en dat heel normaal vond – wat het natuurlijk ook is – totdat hij op school taalonderwijs kreeg. Daardoor ontdekte hij dat er in zijn – gratis erbij gekregen – thuistaal Limburgs ook een logica zit, zij het een andere dan in het Nederlands, Engels, Frans, Duits en Latijn. Zo kan onderwijs iemand taalgek maken – of laten we zeggen prettig taalgestoord.

Dorren legt grammaticale eigenaardigheden van talen duidelijk uit. Hij doet dat heel didactisch door de lezer op te halen waar die zit, vaak door vergelijking met het Nederlands, maar op zo’n manier dat wat eerst exotisch leek, logisch wordt en het ‘logische’ Nederlands exotisch.

Voor Dorren is taal een dynamisch verschijnsel. Daarom kiest hij vaak het historische perspectief. Net als grammaticale ontwikkelingen demonstreren ook veranderingen van klanken en spelling en van woordvormen en -betekenissen hoe verwante talen uit elkaar groeien en niet-verwante talen naar elkaar toe. Maar er is meer dan grammatica, uitspraak, spelling en woordenschat. Naast de interne taalgeschiedenis is er ook een, daarmee verstrengelde, externe taalgeschiedenis.

Over die laatste heeft Dorren boeiende verhalen: hoe stammen en volkeren gebieden bezetten en weer verlieten, hoe hun talen de boventoon gingen voeren en/of in het politieke en culturele gewoel ondergingen. Hij schetst in grote lijnen de wordingsgeschiedenis van onder meer het Frans, het Engels, het Spaans en het Duits.

Talen als Latijn, Spaans, Russisch, Turks, stelt hij cru vast, ‘kwamen groter en sterker uit menig bloedbad dat hun sprekers aanrichtten’ (p. 159). Het Duits verging het anders. Dorren beschrijft drie vreedzame ‘groeispurts’ van deze taal vanaf het jaar 1000, toen het Duitstalige gebied ruwweg dat van nu dekte. Dat taalgebied en het aanzien van de taal groeide sterk in ‘vele eeuwen van vreedzame migratie, handel en cultuur’, totdat tussen 1933 en 1945 ‘een korte periode van grootheidswaanzin en uitzinnige wreedheid’ dat aanzien stuk en de expansie ongedaan maakte (p. 161). Stof tot nadenken en discussie.

Als moeder- of vreemdetaaldocent ben je natuurlijk ook taalgek, anders kies je dit beroep niet. Je neemt gegarandeerd iets mee van deze taaltoeristische rondleiding door Europa. De korte, overzichtelijke hoofdstukken laten zich in een tussenuur op school of thuis bij een kop koffie net zo goed lezen als in de vakantie op het strand. In het laatste geval krijg je er bijna zin van om weer voor de klas te mogen. Want wie dit boek leest, verbaast zich erover dat er in de taalvakken op school zo weinig aan taalbeschouwing of taalkunde – in brede zin – wordt gedaan. Misschien ligt dat voor een deel aan deze weinig wervende benamingen en zouden we moeten ijveren voor een vakonderdeel ‘taaltoerisme’. Mogelijke onderwerpen liggen voor het oprapen.

[kader:]
APP LANGUAGE LOVER’S GUIDE TO EUROPE

Als vervolg op Taaltoerisme maakte Gaston Dorren de app Language Lover’s Guide to Europe. De app is voor € 2,69  te downloaden in de App Store of in Google Play. Geen iPhone of iPad? Voor € 4,50 is de digitale reisgids te bestellen als pdf voor een klein scherm via <languageloversguide.com>.

2 thoughts on “Voor taalleraren

  1. De app wordt hier wel erg duur aangeprezen. Niet de beste manier om veel te verkopen. Typefoutje neem ik aan?

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s