Lingo Lingvo Lingo Sprachen

Ik heb me hier al een hele tijd niet meer gemeld, omdat ik doorgaans blog op taaljournalist.nl of, in het Engels, op languagewriter.com. Maar eigenlijk doe ik daarmee de Taaltoerisme-lezers een beetje tekort, want er is veel gebeurd sinds mijn vorige bericht.

Lingvo-coverTaaltoerisme, in het Engels verschenen als Lingo, is inmiddels ook uitgekomen in het Zweeds (Lingo), Russisch (Lingvo), Spaans (Lingo) en Duits (Sprachen). Ik heb een lezing gegeven op een Zweedse boekenbeurs; ik ben geïnterviewd door Spaanstalige radio- en tv-zenders in Europa en Zuid-Amerika, door een Duitse radio-omroep en door een Finstalige omroep in Zweden (in het Engels, hoor). Ook had het weinig gescheeld of ik had via een Skypeverbinding een bijeenkomst in Moskou toegesproken (de uitnodiging bereikte mij te laat). Verder ben ik gevraagd voor lezingen in diverse uithoeken van Europa (Zweden dus, maar ook Schotland, Engeland, Griekenland, België, Spanje, Bulgarije en Noorwegen). Lees verder

Engelse werkwoorden

Met welke taal vertoont het Engels opmerkelijke grammaticale gelijkenissen?

Natuurlijk lijkt het Engels op zijn Germaanse familieleden, waaronder het Nederlands. Maar het is merkbaar beïnvloed door zijn Keltische buurtaal, het Welsh.

Dat blijkt vooral in de werkwoordsvervoegingen. Het Engels vormt vragen en ontkenningen met het hulpwerkwoord to do: ‘Do you come? No, I don’t come.’ Andere Germaanse talen doen dit niet, het Welsh wel. Verder drukt het Engels actuele bezigheden niet uit met een eenvoudige tegenwoordige tijd (‘I sing’), zoals andere Germaanse talen veelal doen, maar altijd met een samengestelde vorm: ‘I am singing’, vroeger ‘I am on singing’. Ook dit lijkt sterk op de Welshe manier van zeggen.

Vreemd genoeg heeft het Engels vrijwel geen wóórden uit het Welsh overgenomen. Combe voor ‘dal’ en tor voor ‘rots’ zijn zowat de enige.

Aan dit stukje op de Taalkalender had ik moeten toevoegen dat ik dit beweer op gezag van de Amerikaanse taalkundige John McWhorter, én dat zijn theorie omstreden is. Ik vind weliswaar dat hij sterke argumenten heeft, en de afwijzing waarop de theorie bij veel andere taalkundigen stuit zal gedeeltelijk met conservatisme te maken hebben. Anderzijds kan ik een deel van zijn beweringen niet controleren, dus op die punten zouden zijn argumenten zwakker kunnen zijn dan ze lijken. Kortom: een bronvermelding was wel op zijn plaats geweest. Bij dezen.