Zullen we een boek maken, jij en ik?

Russisch en Armeens

Bordje in het Russisch en Armeens

Goed nieuws voor degenen die Taaltoerisme met plezier hebben gelezen: er komt een vervolg. Niet echt een deel 2, maar toch wel een soort van zusje of broertje.

En nog beter nieuws: je kunt ‘meereizen’, nu meteen al. Er staan zes arrangementen tot je beschikking, variërend van een low-budgetvariant tot een luxueus pakket met alles erop en eraan. Open deze pdf voor een overzichtje: Elders_praat_anders.

Als deelnemer – ik hou de toeristische beeldspraak er maar even in – ontvang je de komende tijd alle hoofdstukken nog voor het boek verschijnt én kun je daarop reageren. Dus: suggesties doen, vragen stellen, fouten corrigeren, kritiek of complimenten geven, enzovoort. (Je mag natuurlijk ook gewoon achteroverleunen.) Als reisleider blijf ik eindverantwoordelijk en zal ik het niet altijd iedereen naar de zin kunnen maken. Maar een goede sfeer in de groep is me wel wat waard!

Nog even over het boek zelf. Ik vertrek vanuit dezelfde nieuwsgierigheid die ook aan Taaltoerisme ten grondslag lag, ik zal de bijzondere uitstapjes weer niet schuwen en ik hoop het allemaal zo helder mogelijk toe te lichten. Wat we onderweg precies aantreffen, weet ik natuurlijk nog niet, maar er zal vast wel weer allerlei historisch, politieks, maatschappelijks, etymologisch, grammaticaals en fonologisch voorbijkomen. Wens me maar geen goede reis – stap liever in!

Nederlandse Gebarentaal

Nederlandse-Gebaren-Taal-GebarenOp het blog Taaljournalist ben ik bezig met een serie over mijn ontdekkingsreis door de Nederlandse Gebarentaal (NGT). Met deze link verschijnen alle stukjes-tot-dusverre in één keer op je scherm. Tip: begin onderaan te lezen, bij deel 1.

Er is overigens een gratis woordenboek-app die zo’n 500 Nederlandse woorden vertaalt in NGT, met een tekeningetje en, beter nog, een minifilmpje. De app heet iSignNGT en is op dit moment alleen voor iOS beschikbaar; de Androidversie schijnt eraan te komen.

Van de kalender (4)

Hier weer drie stukjes die ik heb geschreven voor de Taalkalender 2013 van Onze Taal.

 

Van welke taal zijn Öömrang, Sölring, Karrharder en Halunder dialecten? Tip: zoek het niet te ver.

Öömrang, Sölring, Karrharder en Halunder zijn dialecten van het Noord-Fries, dat gesproken wordt door een kleine 10.000 mensen op enkele Noord-Duitse eilanden en het naburige vasteland. Het Noord-Fries is nauw verwant aan de taal van de provincie Fryslân, maar heeft geen standaardtaal; het bestaat uit tien dialecten.

Niettemin zijn er in de streek scholen waar de leerlingen Noord-Fries kunnen leren. Lang niet iedereen wil dat: de Noord-Friese dialecten versterken de lokale identiteit, maar hebben weinig praktisch nut, aangezien iedereen ook Duits spreekt.

Een stukje zuidelijker, in Saterland, niet al te ver van de grens met Groningen, wordt eveneens een vorm van Fries gesproken: het Saterfries (‘Seeltersk’). Dit is geen Noord-Fries, maar het laatste restje van het verder uitgestorven Oost-Fries.

 

De Poolse plaatsnaam Szczebrzeszyn wordt ongeveer uitgesproken als ‘sjtsjèbzjèsjin’. Mag je hieruit afleiden dat het Pools een moeilijke spelling heeft?

De uitspraak van het Pools is voor Nederlanders en Vlamingen niet gemakkelijk te leren. Maar wie hem goed beheerst, zal niet al te veel moeite hebben met de spelling. Het verband tussen klank en schrijfwijze is namelijk vrij nauw. Poolse schoolkinderen hebben het dus niet moeilijker dan Nederlandse en Vlaamse – eerder makkelijker.

Wel zijn de Poolse spellingregels nogal anders dan die in West-Europa én dan die van verwante talen als Tsjechisch en Slowaaks. De combinatie cz uitspreken als ‘tsj’, rz als ‘zj’ en de l met een dwarsstreepje (ł) als ‘w’, dat zijn dingen die (vrijwel) alleen Polen doen. Zo bezien heeft het Pools dus wel degelijk een lastige spelling.

 

Welke twee Europese talen werden in het verleden op grote schaal gesproken in Azië? Kies twee van de volgende: Deens, Grieks, Nederlands, Portugees en Spaans.

Eerst het Grieks, later het Portugees.

Het Grieks verspreidde zich door de veroveringstochten van Alexander de Grote (4e eeuw v.Chr.) tot aan de Indus. Zijn rijk viel na zijn dood uit elkaar, maar het Grieks bleef nog enkele eeuwen de bestuurstaal in Perzië en zelfs tot de veertiende eeuw in het steeds verder krimpende Oost-Romeinse Rijk (Turkije en omstreken). In West-Turkije leefden nog tot de jaren twintig miljoenen Griekstaligen.

Het Portugees werd vanaf de zestiende eeuw dé handelstaal rondom de Indische Oceaan, gesproken door zowel Europese als Aziatische handelaren. In het zelfstandige Oost-Timor en in Macau, thans behorend tot China, is Portugees nu nog een officiële taal.

Lijfs (Livonian)

De laatste spreker van het Lijfs is overleden, lees ik net op Scientias.nl. Ik weet niet of het waar is – elders kom ik andere informatie tegen, en in het algemeen is het vaak moeilijk om zeker te weten wie ‘de laatste spreker’ is, al naar gelang hoe je dat begrip definieert en hoe goed je zoekt.
Hoe dan ook: het Lijfs is een museumstuk, zo veel is duidelijk, en pogingen tot Lijfsbehoud (zoals ik eerder dit jaar in de Taalkalender van Onze Taal woordspeelde) hebben weinig succes gehad.

Het Lijfs was dermate marginaal dat ik het niet heb opgenomen in Taaltoerisme. Het nauw verwante Ests en Fins en het naburige Lets natuurlijk wel.

Eén jaar later

TT2edrukTaaltoerisme, mijn boek over Europese talen, is een mislukking. En Taaltoerisme is een groot succes. Het is allebei waar – het een wat meer dan het ander. 

Laat ik positief beginnen. In kranten en in vakbladen, in Nederland en in België zijn tientallen recensies  verschenen, zonder uitzondering vriendelijk, lovend of uitgesproken juichend. Ik heb een stroom van leuke lezersmailtjes ontvangen, tot uit Zuid-Afrika, Thailand en Nieuw-Zeeland aan toe, en nog veel meer mondelinge complimenten. Een flink aantal lezers koopt een extra exemplaar om weg te geven – één vriendenstel zelfs zeven, en een vertaalbureau wilde er 25. Eén lezeres was zo enthousiast dat ze het boek nu in het Frans aan het vertalen is. Coauteur Jenny Audring werkt aan een Duitse vertaling. De Engelse vertaling is bijna klaar, en één persoon-die-het-weten-kan heeft gezegd te verwachten dat het boek een Britse uitgever zal vinden.

Dat is allemaal niet gering, vind ik, en de schrijver in mij is dan ook spinnend tevreden. Minder opgetogen is de ondernemer in mij, die vindt dat de schrijver scherper op de centen moet letten. Want al is er in december een tweede druk verschenen, in geld uitgedrukt hou ik aan alle werk net één of twee maandinkomens over. Dat is misschien niet verrassend, maar wel teleurstellend, want het betekent dat ik alleen in mijn vrije tijd aan boeken als dit kan werken. (Tenzij de vertalingen meer opleveren. Daar reken ik maar liever niet al te vast op.) Vandaar: toch ook een mislukking.

Maar nee, per saldo vindt de schrijver dat de zakenman zijn mond moet houden. Taaltoerisme heeft nog veel meer opgeleverd. Ideeën voor volgende boeken, om te beginnen. Het eerste is er zelfs al: de digitale reisgids Language Lover’s Guide to Europe. Er is een oeuvretje aan het ontstaan, ik heb mijn toon gevonden, ik heb honderden in taal geïnteresseerde mensen leren kennen en mijn Engels is met sprongen vooruit gegaan. Kortom, als dit een mislukking is, wil ik wel vaker mislukken. En dat Taaltoerisme weinig bijdraagt aan mijn broodwinning, ach ja … Wie kan er nu van zijn boeken leven? Zelfs Harry Mulisch niet meer.

***

Ik schreef al eerder blogs over Taaltoerisme, toen nog in wording: hierhierhier en hier