Faerøerse extraatjes

Nu ik Sociolinguistic typology van Peter Trudgill uit heb – een boek dat ik van harte kan aanbevelen aan iedereen die raad weet met vaktermen als ‘evidentialiteit’, ‘deiktisch’ en ‘pragmatiek’ – kan ik nog een paar brokjes informatie toevoegen aan Taaltoerisme, en aan twee hoofdstukken in het bijzonder. Lees verder

Advertenties

Nog meer Samische sneeuw

In hoofdstuk 5 van Taaltoerisme blijkt dat het Inari-Samisch, een van de Samische talen van Noord-Scandinavië, een groot aantal woorden voor sneeuw heeft. Verrassend, want het idee dat een ander noordelijk volk, de Inuït, veel woorden voor sneeuw zou hebben, had Geoffrey Pullum overtuigend onderuit gehaald in zijn boek The great Eskimo vocabulary hoax.
Lees verder

Hoofstök (óf sjapiter) 25

Meteen naar het geluidsbestand.
Gleich zur Audiodatei.

In Taaltoerisme (hoofdstuk 25), Sprachen (Kapitel 32) en Lingua (hoofdstuk 35) beloof ik dat op deze site een Limburgse vertaling van dat hoofdstuk te horen zal zijn. Toen ik dat schreef, stelde ik me een kristalheldere opname voor, voorgelezen met de zwier waarmee Stephen Fry de Harry Potter-luisterboeken heeft gestemacteerd. Ik dacht er op dat moment niet aan dat ik mijn prachtige opnamemicrofoon via Marktplaats had verkocht en dat stemacteren een vak is waar ik me nooit in bekwaamd heb.
Enfin. Ik doe mijn belofte gestand: hier is de opname.

Ken je die van die Zweed in Oekraïne?

Een Zweedse toerist in Oekraïne voelt opeens hevige pijn in zijn hartstreek. Hij snelt op twee agenten af en zegt: “I need urgent help. Where is a hospital?”
De agenten kijken hem niet begrijpend aan.
“Ich brauche Nothilfe”, probeert hij. ‘Wo gibt es hier ein Krankenhaus?”
“Кранкенаус?”, herhaalt een van de agenten. “Я вас не розумію.” (Krankenaus? Ik begrijp u niet.)
“C’est un cas d’urgence”, roept de toerist vertwijfeld uit, terwijl de pijn in zijn borst nog toeneemt. “L’hôpital! Où est l’hôpital? ¿Dónde está el hospital? Sjukhus!”
De twee Oekraïners beginnen net geïrriteerd te raken door dit opgewonden kereltje, wanneer de Zweed kreunend in elkaar zakt en sterft. Waarop de ene agent tegen de ander zegt: “Бачиш, іноземні мови даремні.” (Zie je wel: vreemde talen, daar heb je niks aan.)

(Waarom zeggen Zweden tegen iedereen ‘jij’? En waarom zeggen Oekraïners tegen iedereen ‘zich’? Zie Taaltoerisme, hoofdstuk 20 en 46.)

Minderheidstalensongfestival

Minderheidstalensongfestival is een lang woord, maar het gebeuren heeft een korte naam: Liet, het Friese (!) woord voor ‘lied’. In 2011 was het de Friese deelneemster die won: Janna Eijer (foto) uit Jubbega ofwel Jobbegea kreeg in het Italiaanse Udine net twee punten meer dan de Russische nummer 2. Op deze pagina zijn Eijer en andere deelnemers te horen. Ze zingen in talen als Asturisch, Oedmoerts, Baskisch, Samisch en Schots Gaelisch. (Die laatste drie hebben een eigen hoofdstuk in Taaltoerisme. En Fries natuurlijk ook.)

Cyrillisch en meer

Als we het gebied net ten zuiden van de Kaukasus meetellen, kent Europa tegenwoordig vijf alfabetten: ons Latijnse schrift, het cyrillisch van Oost-Europa en het Grieks, Armeens en Georgisch van de gelijknamige talen. Buiten Europa, en vooral in Azië, komen nog veel meer schriftsystemen voor, die niet allemaal alfabetisch van aard zijn. Wat dat inhoudt en welke dat zijn, dat is allemaal te vinden op de Engelstalige website Omniglot. Zelfs allerlei niet-ontcijferde schriftsystemen, inclusief een paar Europese, worden hier kort besproken.

Het Latijnse schrift is in Europa verreweg het wijdst verbreid, maar het cyrillisch is in ons werelddeel een goede tweede. In hoofdstuk 49 van het boek Taaltoerisme heb ik dan ook beloofd dat ik op deze website zou beschrijven hoe je de cyrillische talen uit elkaar kunt houden. (‘Cyrillische talen’ is misschien een twijfelachtige formulering, maar wel lekker beknopt.) Ik waarschuw van tevoren: dit is voor de echte liefhebbers. Voor leergierigen, doorbijters en taalfanaten. Informatief, maar weinig onderhoudend.

Welnu dan. In het boek staan vijf Slavische talen die op dit moment vrijwel uitsluitend in cyrillisch schrift worden geschreven: Russisch, Wit-Russisch, Oekraïens, Bulgaars en Macedonisch. Het Servo-Kroatisch wordt in Servië doorgaans in cyrillisch geschreven, in Bosnië en Montenegro soms wel, soms niet, in Kroatië zelden. Daarnaast is in het Roetheens, voorzover dat wordt geschreven, het cyrillische alfabet gangbaar. De andere Slavische talen benutten het Latijnse alfabet.

Het niet-Slavische Ossetisch wordt eveneens in het cyrillisch geschreven, het Azerbeidzjaans tot voor kort, het Roemeens van Moldavië eveneens. Daarmee zijn alle cyrillische talen die in Taaltoerisme staan, wel genoemd. Nog een flink aantal andere talen in de voormalige Sovjet-Unie hanteren of hanteerden tot voor kort ditzelfde schrift, maar die worden in het boek hoogstens vluchtig vermeld, en de meeste zelfs dat niet.

Van de Slavische talen zijn er twee meteen herkenbaar. Alleen in het Servo-Kroatisch komen de letters ђ en ћ voor. Die taal heeft wel meer bijzondere letters, maar die deelt het dan met het Macedonisch. Het Macedonisch, op zijn beurt, is de enige waarin de ѕ voorkomt, die er dus uitziet als onze s, en ook de enige waarin op de г en de к een accent aigu kan staan: ѓ en ќ. (Ik hou mijn hart vast of al deze tekens een beetje netjes op je scherm verschijnen. Zo niet: laat het me weten, dan plaats ik hier een pdf.)

Ook het Oekraïens is herkenbaar, en wel aan de letters є, ї en ґ. Die komen ook voor in het Roetheens, maar dat is een kleine taal, dus de kans dat je die tegenkomt is veel kleiner. (Verwar de є trouwens niet met de э.)

Het Wit-Russisch verraadt zich door een leemte: in geen enkele andere cyrillische taal ontbreekt de letter и. Vreemd genoeg heeft het Wit-Russisch wél de letter й.

Juist het Russisch, de bekendste en meest gesproken cyrillische taal, is op schrift weinig markant. Misschien helpt dit: van de Slavische talen is het de enige die ъ, ы én ь gebruikt. Maar ja, hoe weet je dat een taal Slavisch is? Misschien is het nog het makkelijkste om een paar frequente Russische woordjes te herkennen. De top-tien van meest voorkomende woorden bevat maar liefst zeven stuks die uit één of twee letters bestaan:  и, в, не, он, на, я en с. Die komen ook in andere Slavische talen voor, maar gecombineerd met de drie boven genoemde herkenningsletters vormen ze een waterdicht herkenningssysteem.

Ook bij het Bulgaars zijn die kleine ь-achtige lettertjes essentieel. Het is namelijk de enige taal die wél de ъ, maar niet de ы in het assortiment heeft. Dat gold voorheen ook voor het niet-Slavische Oezbeeks, maar dat is officieel overgestapt op Latijns schrift. In twijfelgevallen zijn die korte woordjes weer handig. De Bulgaarse top-acht luidt aldus: да, не, се, на, си, ще, за en ли. Allemaal tweeletterig.

Dat waren de Slavische talen. Of nee, laat ik volledigheidshalve het kleine Roetheens ook doen. Dat lijkt sprekend op het Oekraïens, met zijn є, ї en ґ, maar er is één verschil: het heeft de letter ы, het Oekraïens niet.

Dan de niet-Slavische cyrillische talen. Het Ossetisch is makkelijk herkenbaar aan de letter ӕ, als hoofdletter Ӕ. Het is daarmee de enige cyrillische taal die een beetje Scandinavisch aandoet. Het Azerbeidzjaans is, zoals gezegd, inmiddels weer op de Latijnse toer, maar zijn cyrillisch is ook meteen herkenbaar, aan twee unieke lettertekens: een soort van к met een extra streepje: ҝ (beter te herkennen in het plaatje hierboven: onderste rij, tweede van links) en een ч met een extra dingetje links van de poot: ӌ. Het Roemeens zoals dat gesproken wordt in Moldavië, ook wel Moldavisch genoemd, had in zijn cyrillische tijd eveneens een uniek teken: ӂ.

Van de vele andere cyrillische talen zijn er nog enkele makkelijk herkenbaar. Zo heeft alleen het Tadzjieks de ӯ, alleen het Kazachs de ұ en alleen het Basjkiers de ҙ en de ҡ – drie talen met tussen de 1,5 en 25 miljoen sprekers, maar wel buiten Europa. In of op het randje van Europa zijn diverse talen met tusen de 50.000 en 1,5 miljoen sprekers eveneens vlot te determineren: het Oedmoerts onder meer aan de ӝ, de ӟ en de ї, het Tsjoevasjisch aan de ӗ en de ӳ en het Abchazisch aan onder meer de ҕ, ҽ en ӡ.

Hallo? Is daar nog iemand? Er zijn nog veel meer cyrillische talen, hoor. Het Ostjaaks, dat als enige de ӫ kent, het Kildin-Samisch, met zijn ӆ (een л met een dingetje)… Ah, daar vertrekt de laatste lezer. Ik was éven bang dat ik de hele lijst moest doen.

De jeugd redt het Deens

Het Deens is een moeilijke taal om te spreken. Voor buitenlanders, maar ook voor jonge Denen. En zelfs objectief-taalkundig bezien zit het Deens in een moeilijke fase. Wat maakt de taal van Andersen, Kierkegaard en Wozniacki zo lastig?

Op die vraag is niet één antwoord te geven, want voor buitenlanders, peuters en taalkundigen zijn de problemen van uiteenlopende aard.

Hét struikelblok voor volwassenen die Deens willen spreken, is een eigenschap die de taal deelt met het Engels, en ook om dezelfde historische reden: de spelling weerspiegelt niet meer hoe de taal tegenwoordig klinkt. Zo worden de i van grimme ‘lelijke’ en de a van glade ‘blije’ hetzelfde uitgesproken – op een e-achtige manier, in Nederlandse oren. En de tweeklank ‘ai’ kan in Deense woorden op 25 manieren gespeld worden. Deels zijn dat leenwoorden als copyright en rijsttafel, maar ook in erfwoorden kent de klank ‘ai’ vele schrijfwijzen: ajle en fejle rijmen op elkaar, jeg en dig eindigen allebei op –ai en ook række en drenge hebben deze tweeklank in hun eerste lettergreep. Andere klinkers én medeklinkers doen eveneens enthousiast mee aan het Grote Raad-de-Juiste-Uitspraak-spel. (Zolang je het niet hoeft uit te spreken, is Deens voor Nederlandstaligen juist een koud kunstje. Grammatica, woordenschat – allemaal redelijk vertrouwd.)

Deense peuters hebben natuurlijk helemaal geen last van die rare spelling – hun lijdensweg begint pas als ze leren lezen en schrijven. Toch hebben ook zij het moeilijk met hun moedertaal. Kindertaaldeskundige Dorthe Bleses, onderzoekster in Odense, ontdekte dat haar landgenootjes op de leeftijd van vijftien maanden pas 80 woorden beheersen, terwijl Kroatische kleuters er op die leeftijd al 180 kennen. Dat komt volgens haar doordat het Deens, vergeleken met andere talen, rijk is aan verschillende klinkers en arm aan verschillende medeklinkers: 22 respectievelijk 17. Voor het Kroatisch bedragen die getallen 7 respectievelijk 23.

Maar haar verklaring is omstreden. Het aantal klanken (‘fonemen’) van een taal is notoir moeilijk te tellen. Men kan het aantal Kroatische klinkers moeiteloos op 14 stellen, terwijl voor Deens ook wel het getal 11 wordt genoemd. Anderzijds, “als je wilt choqueren”, zo schrijft de Kopenhaagse foneticus Ruben Schachtenhaufen op zijn blog schwa.dk, kun je het Deens ook zo’n 45 klinkers toeschrijven. Dat komt doordat Deense klinkers niet alleen kort of lang kunnen zijn, maar ook nog eens een eigenschap kunnen vertonen die stød wordt genoemd: letterlijk ‘stoot’, feitelijk een kraakje in de uitspraak.

Maar zelfs al zouden de Deense klinkers moeilijk zijn, is het aannemelijk dat dat kleine kinderen ervan zou weerhouden om de woorden die ze horen te imiteren? Slecht te imiteren, zoals peuters nu eenmaal doen? Is het niet denkbaar dat de onderzoekers de kinderen gewoon niet zo goed verstonden?

Dat is niet zo’n vergezochte gedachte als het misschien lijkt, want er is met de Deense uitspraak iets merkwaardigs aan de hand, en niet alleen dat hij afwijkt van de spelling. De uitspraak is ook ‘modderig’ geworden, zoals Schachtenhaufen dat noemt.

Dat zit zo. In de loop van de afgelopen eeuwen zijn steeds meer medeklinkers afgesleten. Sommige zijn helemaal verdwenen. Zo is in har ‘heeft’ de r niet meer te horen en in uge ‘week’ de g niet – het aantal voorbeelden is legio. Andere medeklinkers klinken nu eerder als een klinker: hav ‘zee’ lijkt op het Engelse how en de r van bær ‘beer’ klinkt eerder als een korte a.

Als gevolg hiervan is vaak niet duidelijk waar de ene lettergreep eindigt en waar de volgende begint. Medeklinkers die ooit de grens aangaven, zijn verdwenen. In fire arrige irere ‘vier bozen Ieren’ klinkt alleen de f als een medeklinker, gevolgd door een stortvloed  van louter a- en i-achtige klanken waarin alle lettergreepgrenzen kopje-onder gaan. Ook de vier e’s die op papier staan zijn niet of nauwelijks tegen dit geweld opgewassen.

Al met al is de Deense lettergreepstructuur erg onhelder geworden. Zelfs experts zien nauwelijks kans om hun eigen Deens fonetisch te noteren. “Een woord als lærere ‘leraren’ zit in mijn uitspraak ergens tussen twee en drie lettergrepen in”, zegt Schachtenhaufen. “Maar bij mijn kinderen zijn het er duidelijk twee: zij zeggen lærer.”

Doorgaans vindt de oudere generatie dat jongeren de taal verkwanselen. Zo niet Schachtenhaufen: “De Deense jeugd is onze rommelige erfenis aan het opruimen.”

*****

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Onze Taal, oktober 2011.