Sms: Schots moet simpeler

(Dit is het enige hoofdstuk uit mijn nog te verschijnen boek Elders praat anders dat op dit blog zal worden geplaatst. Meer lezen? Kijk hier.)

rail

Het Schots-Gaelisch is een noodlijdende taal, die dus wel een helpende hand kan gebruiken. Of misschien is een hele hand niet nodig, maar zijn vingertoppen al genoeg. Want sms’ers, twitteraars en andere digitale snelschrijvers zijn precies datgene aan het doen wat het Schots-Gaelisch hard nodig heeft: de spelling vereenvoudigen.

Liefhebbers van de taal-zoals-ie-is zien dat natuurlijk anders. Taalpublicist George McLennan bijvoorbeeld klaagt over de huidige ‘onachtzame (cavalier) benadering van spelling’, die in zijn ogen ‘enigszins negatieve gevolgen’ heeft voor het Gaelisch. Al is de spelling ingewikkeld, er ligt een nuttig systeem aan ten grondslag, vindt hij.

Misschien heeft hij een beetje gelijk. Maar de sms’ers, de twitteraars en ik denken dat hij nog veel meer ongelijk heeft. Want de spelling lijkt niet zozeer gebaseerd te zijn op nut als wel op een rare mix van zuinigheid en spilzucht, een obsessie met grammatica en heimwee naar het verleden.

Niet helemaal onlogisch
De zuinigheid zit hem in het alfabet, en dan met name in de medeklinkers. De taal gebruikt maar 18 letters: a tot en met u, behalve de j, k en q. Zodoende beschikt het Gaelisch over zegge en schrijve dertien (13) medeklinker-letters, terwijl de taal zo’n dertig (30) medeklinker-klanken heeft. Vergelijk dat eens met de Nederlandse medeklinkers: 21 letters voor zo’n 20 (inheemse) klanken. [1] Dat spelt een stuk makkelijker.

Op het eerste gezicht hebben de Schotten een briljante oplossing verzonnen voor de letterschaarste: ze gebruiken de letter h om de voorafgaande medeklinker een andere klank te geven. Bh klinkt dus anders dan b, ch anders dan c, enzovoort. Als ze zo verstandig waren geweest om alle 21 medeklinkers van het internationale standaardalfabet te gebruiken, hadden ze met dit handigheidje maar liefst (21-1) × 2 = 40 klanken kunnen spellen – ruimschoots genoeg dus. Maar ja, doordat ze maar 13 medeklinkerletters gebruiken, hebben ze nog steeds maar maximaal 24 klanken tot hun beschikking. En tot overmaat van ramp springen ze daar ook nog eens uiterst verspillend mee om. De combinatie bh klinkt hetzelfde als mh. Dh hetzelfde als gh. Sh hetzelfde als th, en wel allebei als h. Ph hetzelfde als f. De combinaties lh, nh en rh bestaan dan juist weer niet, terwijl fh wel geschreven wordt, maar niet uitgesproken. Kortom: de Gaelische spelling een nuttig systeem? Laat me niet lachen.

Ja, nee, maar wacht even, zal McLennan zeggen, het lijkt wel chaotisch, maar het heeft een reden: grammatica. En dat klopt. De Gaelische grammatica heeft de eigenschap dat medeklinkerklanken onder sommige omstandigheden spontaan veranderen[2].  Het is enigszins te vergelijken met de /v/-klank van het Nederlandse leven, die volautomatisch een /f/ wordt in ik leef. Het Gaelisch doet iets soortgelijks ook aan het begin van woorden, en die verandering wordt op papier vaak weergegeven door het toevoegen of juist weghalen van een h. Het woord meud ‘hoeveelheid’ bijvoorbeeld kent ook een vorm mheud, waarin mh als /v/ wordt uitgesproken. Het is dus niet helemaal onlogisch om /v/ te spellen als mh. Niet helemaal, maar toch wel tamelijk. Want ten eerste wordt /v/ óók als bh geschreven, wat nogal verspillend en verwarrend is, en ten tweede is het tamelijk onvoorspelbaar welk woord wel zijn klank verandert en welk niet. Kortom: hoezo, systeem? Laat staan núttig systeem? Het zou moedertaalsprekers én tweedetaalleerders veel meer helpen om aan die /v/-klank een eigen letter te gunnen. De meeste andere Keltische talen zijn zo verstandig geweest om hun spelling veel minder te laten bepalen door hun obsessie met grammatica. Het Manx-Gaelisch bijvoorbeeld, nauw verwant aan het Schots-Gaelisch, schrijft voor de /v/-klank gewoon een v.

Slanke en brede buren
Het handigheidje met de h heeft dus te weinig opgeleverd, en daarom is er nog een tweede truc bedacht om alle medeklinkerklanken te kunnen spellen. Die truc is gebaseerd op het inzicht dat veel medeklinkerklanken alleen voorkomen als een van de buurklanken een /e/ of /i/ is – ‘slanke klinkers’, zoals de Schotten zeggen. Het voert hier te ver om uiteen te zetten welke ‘mondlogica’ daarachter zit; in ieder geval is het een logica die ook het Latijn en Frans heeft beïnvloed, waardoor nu in ons Franse leenwoord circulair de eerste c anders wordt uitgesproken dan de tweede en in engageren de tweede g anders dan de eerste. De algemene spellingregel die ze hebben bedacht is deze: elke medeklinker moet geflankeerd worden door ofwel twee brede klinkers (a, o, u) ofwel twee slanke klinkers (e, i). In het eerste geval wordt de medeklinker ‘breed’ uitgesproken (meer voor in de mond), in het tweede ‘slank’ (meer naar achteren).

Die regel lost het probleem van de medeklinkerschaarste inderdaad grotendeels op, want een flink aantal letters en lettercombinaties – ch, d, dh en nog een heel stel andere – kunnen nu twee keer gebruikt worden. Maar dezelfde regel leidt er óók toe dat het Gaelisch opgescheept zit met een groot aantal klinkers die niet worden uitgesproken. Neem het woord voor ‘metaal’, dat ontleend is aan het Engelse metal. De Schotten spreken dat woord ongeveer uit als /metilt/ – vraag me niet waar die extra t vandaan komt. Maar als men metilt zou schrijven, zou de eerste t ‘slank’ uitgesproken moeten worden, als /tj/. Om de juiste uitspraak te waarborgen, plaatst men aan weerszijden van de t een a: meatailt. Vandaar dat Gaelische woorden op papier vaak veel langer zijn dan je zou verwachten.

Deze oplossing werkt goed, maar heeft een flink nadeel. Het Gaelisch kent namelijk, net als het Nederlands, een flink aantal klinkercombinaties die in de uitspraak bij elkaar horen. Zoals wij onder meer aa, ie en ei hebben, kent het Gaelisch onder andere ao, ai, en ea. Hetgeen keer op keer de vraag oproept: staat een klinker daar nou omdat hij deel uitmaakt van zo’n groepje of alleen maar om de medeklinker ernaast te beïnvloeden? Het schijnt dat het systeem op dit punt redelijk sluitend is, maar ik moet bekennen dat ik er na een paar dagen puzzelen nog steeds niet uit ben. Dat de uitspraak van medeklinkers afhangt van de naburige klinkers is al een beetje ingewikkeld, maar dat de uitspraak van de klinkers dan ook nog mede bepaald wordt door hun eventuele invloed op naburige medeklinkers – ik weet niet, maar de kwalificatie ‘nuttig systeem’ krijg ik maar moeilijk over mijn lippen. Ik blijf denken dat het allemaal een stuk overzichtelijker zou kunnen als de v, de j en de z gewoon mee mochten doen.

Wasschen en dwegel
En we zijn er nog niet. Zelfs als je het bovenstaande ‘systeem’ eenmaal doorhebt (en in feite is het nog complexer dan ik het hier weergeef, met preaspiratie en verscherping en… o, man), dan stuit je weer op twee venijnige uitzonderingen. Eén: sommige medeklinkers worden af en toe afwijkend uitgesproken. De d klinkt af en toe als /k/, de n wel eens als /r/, de s soms als /st/. En twee: aardig wat medeklinkers staan er alleen voor de sier. Ze werden in het verleden uitgesproken, ze zijn nu stom, maar de Schotten kunnen het niet over hun nostalgische hart verkrijgen om ze te schrappen uit het woordbeeld. Het is alsof we in het Nederlands kleren en wassen en dweil nog steeds zouden schrijven als ‘klederen’ en ‘wasschen’ en ‘dwegel’. Het is in het Schots zelfs nog erger: heel vaak staat er bij zulke stomme medeklinkers ook nog een stomme klinker, want stom of niet, ze moeten zich houden aan de slank-en-breed-regel. Het is zelfs nog nóg erger: de Schotten voegen dit soort stomme letters toe aan woorden die ze van elders halen. Hun aan het Engels ontleende woord voor ‘kade’ bijvoorbeeld, dat klinkt als /kie/, zou je heel logisch kunnen spellen als ci, maar in feite schrijven ze cidhe. Want dat oogt interessanter, historischer, Schotser. En het is soms nog nog nóg erger. Dan wordt de spelling veránderd om beter aan te sluiten, niet bij de uitspraak van nu, maar bij die van vroeger. Zo heette de lengtemaat ‘voet’ voorheen troidh, uitgesproken /troi/, maar puur op etymologische gronden is de spelling nu veranderd in troigh.

Een nuttig systeem? Meneer McLennan, die bewering kan ik echt niet meer serieus nemen. Je reinste voorvaderverering, dat is het. Heimwee naar een geïdealiseerd Keltisch verleden. En een gruwel voor iedereen die Schots-Gaelisch wil leren schrijven.

Geen wonder dat de gemiddelde sms’er en twitteraar zich niets meer van deze spelling der kwelling aantrekt. Zij leven nu, in het heden, today. In het Schots-Gaelisch: an-diugh. Of zoals de meesten van hen zouden schrijven: n ju.


[1] Van die 21 medeklinkerletters hebben er in het Nederlands overigens maar 17 duidelijk nut, want c, q, x en y zijn ballast. Voor drie klanken hebben we onze toevlucht genomen tot lettercombinaties: ch, ng en sj (volgens sommigen bovendien nog de tj; dat is dan de 21e medeklinkerklank). In leenwoorden komen natuurlijk nog weer andere klanken voor, zoals in goal, horloge, jeans en thriller.

[2] Andere Keltische talen doen dat ook, waaronder het Welsh: zie Taaltoerisme, hoofdstuk 39.

Advertenties

2 thoughts on “Sms: Schots moet simpeler

    • Dat is inderdaad (ongeveer of precies, dat weet ik niet) de ‘mondlogica’ die ik wel noem maar niet toelicht. De plaats in de mond van e en i versus a, o en u beïnvloedt in allerlei talen de belendende medeklinkers. Bij mijn weten zijn Schots en Iers Gaelisch wel de enige die dat in de spelling weergeven door zo’n klinker aan beide kanten te plaatsen.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s