U vecht terug

1967: het hoogtepunt van het hippietijdperk. Amerikaanse jongeren vieren de summer of love. In Nederland verschijnt Phil Bloom naakt op televisie. En bijna even choquerend: in Zweden roept een middelbare topambtenaar op tot tutoyeren. Bror Rexed (53), de aantredende directeurgeneraal van de Medicinalstyrelse (Bestuursdienst voor de Volksgezondheid), kondigt aan dat hij alle medewerkers met de voornaam en ‘jij’ zal aanspreken, en zegt: “Noem mij Bror.” En aldus geschiedt.
Rexeds naam is sinds die 3e juli 1967 verbonden met du-reformen, Zweeds voor ‘de jij-hervorming’. Niet dat hij zijn landgenoten in zijn eentje aan het jijen en jouen heeft gekregen. De eerste signalen van de kentering waren al iets eerder zichtbaar, en korte tijd later bekrachtigde premier Olof Palme de nieuwe trend: sinds zijn aantreden in 1969 verkeerde hij openlijk op voet van jij en jou met journalisten. Niettemin is Rexeds aankondiging voor de Zweden hét symbolische moment gebleven.
Het land was er ook hard aan toe, want de regels die tot dan toe golden, waren adembenemend complex.
De formeelste variant bestond uit drie delen: herr ‘meneer’ of fru ‘mevrouw’, dan de maatschappelijke positie, bijvoorbeeld dokter, graaf of luitenant, en ten slotte de achternaam. Zonder zijn oproep zou Rexed dus door al zijn medewerkers als “herr generaldirektör Rexed” zijn aangesproken. En dan niet als inleiding van de zin, maar ook daar waar wij ‘u’ zouden zeggen: “Wil herr generaldirektör Rexed zo goed zijn dit document te ondertekenen?”
Bij een iets minder hooggeplaatste persoon kon het woord herr of fru achterwege blijven: “Wil boekhouder Persson de facturen vanmiddag verzenden?” Een andere variant was het gebruik van alleen de achternaam. Dat was bijvoorbeeld hoe een chef zijn ondergeschikte kon aanspreken: “Heeft Almquist een prettig weekend gehad?” In de communicatie met bedienden en knechten kwam de voornaam in de plaats van de achternaam: “Heeft Agatha de strijk al gedaan?” En in de lagere klasse en op het platteland waren de aanspreekvormen ‘hij’ en, in mindere mate, ‘zij’ gebruikelijk: “Wanneer gaat hij de roggeoogst binnenhalen?” Let wel: de spreker stelt deze vraag aan de roggeteler zelf, niet aan een derde.
Al deze varianten – en er zijn er nog meer, zoals ‘baas’ of, tegen een oudere vrouw, ‘moeder plus voornaam’ – luisterden nauw. Een faux pas was snel gemaakt, een superieur snel gekrenkt. Veel Zweden hielden dan ook zorgvuldig bij wie er van functie of rang veranderde: je mocht de net bevorderde kapitein eens voor luitenant uitmaken!
Simpel was het alleen onder echtgenoten en geliefden: zij konden elkaar met du aanspreken. Vrienden deden dat pas als ze een zogeheten ‘jij-dronk’ hadden uitgebracht. Verder werden alleen kinderen getutoyeerd, en mensen voor wie men geen enkel respect had.
Geen wonder dat de Zweden al enige tijd naar alternatieven zochten. Begin twintigste eeuw maakte het woordje ni, eigenlijk ‘jullie’, een tijdje opgang. Maar omdat het gebruik daarvan de suggestie wekte dat de aangesprokene geen titel had, werd het niet als voldoende respectvol ervaren. Een andere strategie was het volledig vermijden van aanspreekvormen, met omslachtige formuleringen als “zou een koekje toegestaan zijn?” voor “wilt u een koekje?” Erg onhandig, en na een poosje gold het zelfs als onbeleefd.
Toen de ommezwaai ten slotte kwam, kwam hij snel. Begin jaren zestig was omzichtigheid nog troef, aan het eind van het decennium werd, zoals gezegd, zelfs de premier getutoyeerd. Alleen het koninklijk huis bleef buiten schot.

En nu? Naar het systeem van titels verlangt niemand terug. Maar het dua ‘tutoyeren’ is enigszins op de terugtocht ten gunste van het nia ‘met u aanspreken’. Inmiddels symboliseren beide aanspreekvormen tegengestelde maatschappijvisies.
Het progressieve deel van Zweden moet niets hebben van ni. Het wijst op “de terugkeer van de klassenmaatschappij”, schrijft het sociaal-democratische gemeenteraadslid Britta Sethson op haar blog Nyabrittas. Volgens haar wordt het in winkels verplicht gesteld “omdat personeelsleden in hun ruggemerg moeten voelen dat ze ietwat minderwaardig zijn”.
Conservatievere Zweden zijn juist het du beu. Voor schrijfster Lena Holfve is het gejij en gejou een uiting van doorgeschoten egalitarisme, zo meldt ze op haar website ‘Red Zweden Nu’ (radda-sverige.nu). En een blogger met het pseudoniem Bencio de Uppsala pleit voor een u-hervorming: “In landen die nog sporen van beschaving dragen, bestaat bijna altijd een mogelijkheid om door woordkeuze de mate van intimiteit te variëren.”
Om niemand voor het hoofd te stoten, raadt etiquetteadviseuse Magdalena Ribbing maar weer aan om de aanspreekvorm helemaal te vermijden. Maar dat is een onhoudbare oplossing, zoals eerder is gebleken.
Hoe zal het gebruik van u en je zich in Zweden ontwikkelen? Niemand die het weet, maar je kunt het zelf in de gaten houden. Tot nu toe spreken de Nederlandse en Vlaamse Ikea’s (maar niet de Waalse!) hun klanten in reclames en opschriften consequent met ‘jij’ aan. Mocht dat een keer veranderen, mag je ervan uitgaan dat in Zweden het ni weer helemaal terug is.

Advertisements

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s