De jeugd redt het Deens

Het Deens is een moeilijke taal om te spreken. Voor buitenlanders, maar ook voor jonge Denen. En zelfs objectief-taalkundig bezien zit het Deens in een moeilijke fase. Wat maakt de taal van Andersen, Kierkegaard en Wozniacki zo lastig?

Op die vraag is niet één antwoord te geven, want voor buitenlanders, peuters en taalkundigen zijn de problemen van uiteenlopende aard.

Hét struikelblok voor volwassenen die Deens willen spreken, is een eigenschap die de taal deelt met het Engels, en ook om dezelfde historische reden: de spelling weerspiegelt niet meer hoe de taal tegenwoordig klinkt. Zo worden de i van grimme ‘lelijke’ en de a van glade ‘blije’ hetzelfde uitgesproken – op een e-achtige manier, in Nederlandse oren. En de tweeklank ‘ai’ kan in Deense woorden op 25 manieren gespeld worden. Deels zijn dat leenwoorden als copyright en rijsttafel, maar ook in erfwoorden kent de klank ‘ai’ vele schrijfwijzen: ajle en fejle rijmen op elkaar, jeg en dig eindigen allebei op –ai en ook række en drenge hebben deze tweeklank in hun eerste lettergreep. Andere klinkers én medeklinkers doen eveneens enthousiast mee aan het Grote Raad-de-Juiste-Uitspraak-spel. (Zolang je het niet hoeft uit te spreken, is Deens voor Nederlandstaligen juist een koud kunstje. Grammatica, woordenschat – allemaal redelijk vertrouwd.)

Deense peuters hebben natuurlijk helemaal geen last van die rare spelling – hun lijdensweg begint pas als ze leren lezen en schrijven. Toch hebben ook zij het moeilijk met hun moedertaal. Kindertaaldeskundige Dorthe Bleses, onderzoekster in Odense, ontdekte dat haar landgenootjes op de leeftijd van vijftien maanden pas 80 woorden beheersen, terwijl Kroatische kleuters er op die leeftijd al 180 kennen. Dat komt volgens haar doordat het Deens, vergeleken met andere talen, rijk is aan verschillende klinkers en arm aan verschillende medeklinkers: 22 respectievelijk 17. Voor het Kroatisch bedragen die getallen 7 respectievelijk 23.

Maar haar verklaring is omstreden. Het aantal klanken (‘fonemen’) van een taal is notoir moeilijk te tellen. Men kan het aantal Kroatische klinkers moeiteloos op 14 stellen, terwijl voor Deens ook wel het getal 11 wordt genoemd. Anderzijds, “als je wilt choqueren”, zo schrijft de Kopenhaagse foneticus Ruben Schachtenhaufen op zijn blog schwa.dk, kun je het Deens ook zo’n 45 klinkers toeschrijven. Dat komt doordat Deense klinkers niet alleen kort of lang kunnen zijn, maar ook nog eens een eigenschap kunnen vertonen die stød wordt genoemd: letterlijk ‘stoot’, feitelijk een kraakje in de uitspraak.

Maar zelfs al zouden de Deense klinkers moeilijk zijn, is het aannemelijk dat dat kleine kinderen ervan zou weerhouden om de woorden die ze horen te imiteren? Slecht te imiteren, zoals peuters nu eenmaal doen? Is het niet denkbaar dat de onderzoekers de kinderen gewoon niet zo goed verstonden?

Dat is niet zo’n vergezochte gedachte als het misschien lijkt, want er is met de Deense uitspraak iets merkwaardigs aan de hand, en niet alleen dat hij afwijkt van de spelling. De uitspraak is ook ‘modderig’ geworden, zoals Schachtenhaufen dat noemt.

Dat zit zo. In de loop van de afgelopen eeuwen zijn steeds meer medeklinkers afgesleten. Sommige zijn helemaal verdwenen. Zo is in har ‘heeft’ de r niet meer te horen en in uge ‘week’ de g niet – het aantal voorbeelden is legio. Andere medeklinkers klinken nu eerder als een klinker: hav ‘zee’ lijkt op het Engelse how en de r van bær ‘beer’ klinkt eerder als een korte a.

Als gevolg hiervan is vaak niet duidelijk waar de ene lettergreep eindigt en waar de volgende begint. Medeklinkers die ooit de grens aangaven, zijn verdwenen. In fire arrige irere ‘vier bozen Ieren’ klinkt alleen de f als een medeklinker, gevolgd door een stortvloed  van louter a- en i-achtige klanken waarin alle lettergreepgrenzen kopje-onder gaan. Ook de vier e’s die op papier staan zijn niet of nauwelijks tegen dit geweld opgewassen.

Al met al is de Deense lettergreepstructuur erg onhelder geworden. Zelfs experts zien nauwelijks kans om hun eigen Deens fonetisch te noteren. “Een woord als lærere ‘leraren’ zit in mijn uitspraak ergens tussen twee en drie lettergrepen in”, zegt Schachtenhaufen. “Maar bij mijn kinderen zijn het er duidelijk twee: zij zeggen lærer.”

Doorgaans vindt de oudere generatie dat jongeren de taal verkwanselen. Zo niet Schachtenhaufen: “De Deense jeugd is onze rommelige erfenis aan het opruimen.”

*****

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Onze Taal, oktober 2011.

Advertenties

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s