Welkom…

Uitgelicht

… op de site van het boek Taaltoerisme. Feiten en verhalen over 53 Europese talen. Je kunt het boek hier natuurlijk bestellen, je kunt hoofdauteur Gaston Dorren en tweede auteur Jenny Audring leren kennen en je kunt Gastons vorige boek, Nieuwe tongen, in digitale vorm bestellen. Ook kun je hieronder alvast twee hoofdstukken lezen, over Monegaskisch en Schots-Gaelisch.

Ook lees je hier wat anderen van het boek vinden. Het woord ‘verrukkelijk’ is me nogal bijgebleven…

Maar deze site is vooral bedoeld voor allerlei extra’s die niet in het boek staan. Omdat je in een boek nu eenmaal niet kunt doorklikken naar websites en omdat een boek van € 16,- geen 500 pagina’s dik kan zijn. Via het menu hier links vind je:

* opzoeksites: betekenis- en uitspraakwoordenboeken, encyclopedieën, kaarten en meer;
* YouTube-filmpjes en andere opnames die laten horen hoe die talen klinken;
* tekstjes van mezelf die niet in het boek pasten, maar wel bij het onderwerp aansluiten;
* correcties van fouten in het boek waar ik op geattendeerd ben.

Via de zoekfunctie, hierboven in de zwarte balk, kun je informatie zoeken over de talen die jou het meest interesseren.

Een knap staaltje netwerken

Uitgelicht

 Je zult als kind van rijke ouders toch maar in Monaco belanden. Papa en mama vestigen zich, ter bescherming van hun miljoenen, in het mediterrane prinsdommetje met het milde fiscale klimaat. Zíj kunnen daar met Engels en Frans terecht, maar jij? Jij moet op school zeven jaar lang Monegaskisch leren.

Monegaskisch! Een subdialect van het Ligurisch, dat zelf een dialect is van het Italiaans. Een taal met ongeveer honderd native speakers, die allemaal vooral Frans spreken. Een taal die je op radio en tv tevergeefs zult zoeken. Een taal waarin jaarlijks een kalender en anderhalf boek uitkomen, meestal herdrukken van de vaderlandslievende gedichten van Louis Notari, zowat de enige schrijver. Een taal die het moet stellen zonder eigen Wikipedia – een verworvenheid waar zelfs het Zeeuws wel op kan bogen, evenals het Manx, het Mirandees en het Võro (Zuid-Ests). Een taal waar geen enkele officiële instantie gebruik van maakt, ook in Monaco niet. Een taal, kortom, die vrijwel nooit en nergens gesproken wordt, behalve door scholieren, tijdens de Monegaskische les.

De arme kinderen kunnen de schuld geven aan Georges Franzi (1914-1997). Deze kanunnik van de kathedraal van Monaco zag met lede ogen aan hoe zijn geliefde lokale dialect aan het verdwijnen was. Zulke nostalgische gevoelens zijn normaal. Ook op Corfu, in Göteborg en in Jabbeke treuren grijzende locals om de teloorgang van hun plaatselijke taal. Maar anders dan zij had Franzi een troef in handen: tot zijn netwerk behoorde niemand minder dan prins Reinier III, de vorst van Monaco (en echtgenoot van filmster Grace Kelly). En zie, in 1976 behaagde het Zijne Doorluchtige Hoogheid om het onderricht in de schone Monegaskische tale verplicht te stellen op alle scholen in het ganse rijk (1,96 km2).

Wie uitstervende talen een warm hart toedraagt, zal dat toejuichen. Maar wie oog heeft voor ironie, zal erbij grijnzen. Want in Frankrijk, het land waar Monaco in alle opzichten behalve staatkundig toe behoort, is de situatie precies omgekeerd. Daar spreken miljoenen mensen een keur van regionale talen: van Baskisch tot Elzassisch, van Occitaans tot Bretons, van Catalaans tot Vlaams. Maar lés in die streektalen? Geen sprake van! In Monaco daarentegen spreken slechts zo’n honderd oude mensen, nul-komma-drie procent van de bevolking, een onbeduidend subdialect. En toch moeten niet alleen hun (klein)kinderen, maar ook alle andere scholieren, Monegaskische woordjes stampen en de Monegaskische grammatica leren. Omwille van de hobby van wijlen societyprins Reinier en netwerkkoning Franzi.

Nee, je kunt maar beter arme ouders hebben.

Keltisch klimaat

Uitgelicht

door Jenny Audring

Stel, er worden twee nieuwe talen ontdekt. Eén in het noorden van Groenland, de andere in Zuid-Frankrijk. De noordelijke taal klinkt zacht, zangerig en vrolijk, de zuidelijke hard, grof en ruw. Ben je verbaasd? Dan laat je je mooi kennen als een stiekeme aanhanger van de klimaattheorie, die in de zeventiende en achttiende eeuw in zwang was. “De gematigde, mildere luchtstreken zijn voor de vorming van schone talen het gunstigst”, schreef de Duitse romanticus August Wilhelm Schlegel, en dat de ruwe keelklanken van het noorden rechtstreeks verband hielden met strenge kou en woeste rotsen, dat wist in die dagen ieder kind.

(De theorie kon overigens naar believen als bewijs voor de superioriteit van het noorden of van het zuiden dienen. Zo meende de Franse filosoof Montesquieu dat zuiderlingen, doordat hun weefsels zouden verslappen onder invloed van de warmte, minder moed, kracht en dadendrang bezaten.)

Verdiept men zich in de klimaattheorie, dan valt op dat uitsluitend de noord-zuidas hierin een rol speelt. Warm of koud, dat is de kwestie. Jammer dat Schlegel niet ook naar de Keltische talen heeft gekeken. Dan was hem zeker opgevallen dat niet alleen temperatuur van belang is, maar ook neerslag.

Sceptisch? Kijk eens naar de Keltische gebieden. Naar Ierland, waar de donkerste, natste streken op de jaarlijkse regenkaart nauwkeurig samenvallen met de Gaeltacht, waar nog Iers-Gaelisch gesproken wordt. Naar Bretagne, een van de regenrijkste regio’s van Frankrijk en zeker de druilerigste. En naar Wales, waar rubber laarzen even onmisbaar zijn als handschoenen in Siberië. Wat zeg je? Dat in Cornwall en op Man een minder soppig klimaat heerst? Dat klopt. Cornisch en Manx zijn dan ook niet voor niets uitgestorven.

En dan is er Schotland nog. Wie in de herfst over de highlands en de islands reist en tussen de buien door de regenbogen telt, die weet: hier, en alleen hier, kan het Schots-Gaelisch gedijen – die taal waarin één enkel woord, uisge, de drie hoofdbestanddelen van het leven aanduidt: regen, water en whisky.

Meningen over ‘Taaltoerisme’

Bladen en websites:
‘Een verrukkelijk boek’ - taalkundige en taalpublicist Marc van Oostendorp.
Vier sterren – Hans Hoekstra in Het Parool.
‘Puntige beschouwingen’, ‘onderhoudend’ – Lucas Gasthuis in Elsevier.
‘Leerzaam’ en ‘humoristisch’ – Roel Sikkema in het Nederlands Dagblad.
‘Verrassend leuk’ - Gerda den Hollander, Wereldomroep.
‘Een verrijking voor de bezoeker aan het betreffende land’ - opreisgids.nl.
‘Een erg leuk boekje voor taalliefhebbers en vakantiegangers’ – populair-wetenschappelijk maandblad Kijk.
‘Dorren is een bekwame gids, die zich niet wil opdringen. Het plezier staat voorop.’ – Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden.

Radio:
Marc van Oostendorp op RTV Noord-Holland (in het tweede uur, beginnend bij 13:45).
Ik ben trouwens ook zelf op Radio 1 geïnterviewd: eerste uur en tweede uur.

Op Twitter ben ik veel enthousiaste reacties tegengekomen, zoals:
“Ontzettend leuk boek. Het schrijfplezier spat ervan af” – @brigitkooijman.
“Ik vermaak me kostelijk met en krijg nieuwe inzichten door de toeristische tips van Taaltoerisme” – @H_Sweers.
“Enorm leuk boek” – @Stefan_Louwers.
“Heel aangename en boeiende ontdekking” – @PeterdeRoover.
“Laaiend enthousiast” - @CarolijnvGorkum.
“Leestip!” - @MariondeGroot.
En Robert van Roijen van taalboekhandel Intertaal mailt me: “Complimenten. Ik heb het boek in een dag uitgelezen en er ontzettend van genoten.”

Meer informatie. Of meteen bestellen.

Hoofstök 25

In Taaltoerisme beloof ik onder aan hoofdstuk 25 dat op deze site een Limburgse vertaling van dat hoofdstuk te horen zal zijn. Toen ik dat schreef, stelde ik me een kristalheldere opname voor, voorgelezen met de zwier waarmee Stephen Fry de Harry Potter-luisterboeken heeft ingesproken. Ik dacht er op dat moment niet aan dat ik mijn prachtige opnamemicrofoon via Marktplaats had verkocht en dat voorlezen een vak is waar ik me nooit in bekwaamd heb.
Enfin. Ik doe mijn belofte gestand: hier is de opname.

Vloeiend Neps

Knap werk, en erg grappig: deze anonieme spreker imiteert een hele reeks Europese talen. Hij spréékt ze dus niet. In het ‘Nederlands’ zegt hij bijvoorbeeld zo iets als: “Kei ze flin de grond, de baarten groeten u. Gebreid het droet.” De klemtoon is niet perfect, maar de klanken zijn uitstekend getroffen, vind ik.

Ken je die van die Zweed in Oekraïne?

Een Zweedse toerist in Oekraïne voelt opeens hevige pijn in zijn hartstreek. Hij snelt op twee agenten af en zegt: “I need urgent help. Where is a hospital?”
De agenten kijken hem niet begrijpend aan.
“Ich brauche Nothilfe”, probeert hij. ‘Wo gibt es hier ein Krankenhaus?”
“Кранкенаус?”, herhaalt een van de agenten. “Я вас не розумію.” (Krankenaus? Ik begrijp u niet.)
“C’est un cas d’urgence”, roept de toerist vertwijfeld uit, terwijl de pijn in zijn borst nog toeneemt. “L’hôpital! Où est l’hôpital? ¿Dónde está el hospital? Sjukhus!”
De twee Oekraïners beginnen net geïrriteerd te raken door dit opgewonden kereltje, wanneer de Zweed kreunend in elkaar zakt en sterft. Waarop de ene agent tegen de ander zegt: “Бачиш, іноземні мови даремні.” (Zie je wel: vreemde talen, daar heb je niks aan.)

(Waarom zeggen Zweden tegen iedereen ‘jij’? En waarom zeggen Oekraïners tegen iedereen ‘zich’? Zie Taaltoerisme, hoofdstuk 20 en 46.)